| En toen dus die zondag |
| zondag, 20 december 2009 20:55 |
|
Op zijn sokken en sandalen sjokte hij door de sneeuw naar mijn auto, Huub van Bijnen. 'Henk, ik heb wel laarzen, maar die krijg ik niet meer uit. En mijn schoenen, nee, die trek ik niet aan, want die gaan kapot van die sneeuw.' En dus keek ik met weemoedige ogen toe hoe de koude sneeuw tussen het leer van zijn sandalen en zijn witte sportsokken kwam te zitten, en daar smolt. Waarom nam ik deze oude man op sleeptouw, op De Zondag Die De Geschiedenis Zal Ingaan Als De Zondag Die We Niet Meer Waren Gewend? Welnu, hij moest signeren bij Boekhandel Spijkerman, en hij had om die reden al weken lang op zijn handtekening zitten oefenen. En wie kon ons zeggen dat er, op het moment dat ik naast hem plaats nam achter mijn stuur, niet al een rij voor de winkel stond te wachten zo lang als de gehele straat? Wie kon ons dat zeggen? Niemand, maar met ieder venijnig sneeuwvlokje dat uit de hemel kwam gedwarreld, leek die kans kleiner en kleiner en kleiner te worden en smolt toen uiteindelijk weg op de hete plaat van mijn ratio. Maar Huub, vertel dat maar eens aan Huub. Nee, we zouden, we moesten, we gingen. 'Handtekeningen zetten, Henk. Ik wil beroemd worden. Ik wil dat gewoon en daarmee basta.' Natuurlijk was er niemand. Niemand. Huub en ik zaten in de winkel op twee stoeltjes aan een tafel met daarop een stuk of dertig exemplaren van ons boek. Ik raakte in gesprek met Stein, de eigenaar. Dat vond Huub niet zo interessant. Daar werd Huub een beetje ongeduldig van. Huub begon er doorheen te roepen. 'Ik ben niet van het praten! Ik zie het niet meer gebeuren!' Hij was teleurgesteld en ongeduldig en begreep het gesprek niet en begon ongemakkelijk heen en weer te schuiven. Toen werd ook Stein ongeduldig... door Huub. Door die man die alleen maar klagen kon. En dus liepen we een half uur later weer door de sneeuw. En dus kregen Huubs natte sokken een mooi nieuw laagje wit poeder. En dus gleed hij twee keer bijna uit. En dus besloot ik dit niet meer te doen. Dat zogenaamde signeren. Fuck the whole fucking thing. Ik heb ook Eersel en Deurne gehad en daar was ook niemand. Henk van Straten trekt geen volle winkels, nee, dat snap ik zelf ook wel. Ik heb nog nooit een eerste druk uitverkocht. Maar waarom moet ik daar dan toch zitten, als een wanhopig en gegeneerd standbeeld achter een tafel vol met boeken die niemand komt kopen of laten signeren? Ik doe het niet meer, tenzij iemand mij een presentielijst kan laten zien, of mij betaalt. Een boekenbon is ook goed, dat is ook valuta. Huub belde me een paar uur later, toen we allebei allang weer thuis waren, en een beetje melancholisch. Althans, ik wel. 'Komde gij mij halen, vrijdag, met kerst?' vroeg hij. 'Ja, Huub.' 'En kende gij misschien morgen weer een keertje boodschappen met mij doen? Ik vertrouw het buiten niet, met die sneeuw.' 'Ja, Huub. Bel me morgen maar. Ik ga nu ophangen.' |
